Verzuring, verdroging en vermesting hebben grote gevolgen voor de bewoners van het Nederlandse landschap. Vele soorten planten en dieren worden hierdoor in hun voortbestaan bedreigd, terwijl enkele andere soorten zich sterk hebben kunnen uitbreiden. Deze aantastingen leiden op een reeks van schaalniveaus tot knelpunten voor dieren. Om soorten te behoeden voor uitsterven worden in het kader van het Overlevingsplan Bos en Natuur (OBN) herstel- en beheersmaatregelen uitgevoerd. Voor succesvol herstel is kennis noodzakelijk over de relatie tussen fauna en omgeving alsmede hoe aantastingen en herstelmaatregelen op deze relatieaangrijpen. Deze kennis ontbreekt nog grotendeels. Om de periode van kennisontwikkeling te overbruggen, zijn vuistregels opgesteld. Deze vuistregels geven randvoorwaarden voor de wijze van uitvoering van maatregelen met betrekking tot schaal, intensiteit, tijdstip en frequentie. Uitvoering volgens deze vuistregels levert naar verwachting een sterk verbeterd resultaat ten opzichte van de huidige praktijk.

Van Duinen, G.A., Van Kleef, H. H., Nijssen, M.E., Turnhout, C.A.M., Verberk, W.C.E.P., Holtland, J., & Esselink, H. (2005). Schaal en intensiteit van herstelmaatregelen: hoe reageert de fauna?