Effectieve bestrijding van uitheemse aquatische gewervelden is moeilijk. Dat komt doordat de dieren vaak moeilijk te vinden zijn, waardoor het lastig is om alle dieren te verwijderen. Uitheemse plaagsoorten zijn vaak in staat tot het produceren van veel nakomelingen. Onvolledige bestrijding zorgt daardoor vaak voor slechts een tijdelijke verlaging van de aantallen van de soort. In dit rapport staat een overzicht van de meest gangbare fysieke en chemische bestrijdingsmethoden die in Nederland en het buitenland worden gebruikt bij de bestrijding van exotische aquatische gewervelden. Daarbij worden twee vormen van bestrijding onderscheiden: beheersing en eliminatie.

Methoden voor bestrijding van ongewenste uitheemse aquatische gewervelden.

Acidification has led to a strong decline of species characteristic of shallow soft-water lakes. In spite of reductions in acidifying deposition, natural recovery of biodiversity is modest or even absent, suggesting that the impact of acidification is difficult to reverse. We compared recovery from acidification in non-restored and restored lakes using data from 1983 and 2004. In restored lakes, accumulated organic matter was removed and alkaline water was supplied, resulting in an increase in pH and alkalinity and a decrease in ammonium, sulphur and aluminium. For evaluation of biotic changes we selected chironomid larvae (Diptera). In non-restored lakes, chironomid response did not indicate a recovery, despite an improved water chemistry in terms of decreased acidity and sulphur (not ammonium and aluminium).

Natural recovery and restoration of acidified shallow soft-water lakes: Successes and bottlenecks revealed by assessing life-history strategies of chironomid larvae

De brede geelgerande waterroofkever wordt beschermd via de EU-Habitatrichtlijn Annex II en IV. Maar welke maatregelen zou je als terreinbeheerder kunnen treffen om de leefomstandigheden voor deze soort te behouden en te verbeteren? Die vraag is niet gemakkelijk te beantwoorden. De kever wordt namelijk onder zeer verschillende omstandigheden aangetroffen en de ecologische kennis over de soort bevat veel hiaten.

Habitateisen van brede geelgerande waterroofkever ontrafeld door af te dalen langs de voedselketen.

Strong population development of the pumpkinseed appears to be facilitated by nature management practices in existing ponds (the removal of accumulated organic matter and macrophytes) and by creating new ponds. These measures enhance suitable breeding habitats that are free of competitors and predators. Isolated waters harbouring pumpkinseed were more often situated close to human habitation and infrastructure than could be expected based on the distribution of randomly selected isolated waters, identifying introductions as an important dispersal mechanism. Currently there is little experience with pumpkinseed control. However, options to be explored include: decreasing depth of colonized waters by filling them with soil allowing them to occasionally dry up, introducing native competitors and predators and the use of biodegradable piscicides. In addition, limitation of the sale of pumpkinseed is required as well as public education on the consequences of introducing exotic species.

Pumpkinseed sunfish (Lepomis gibbosus) invasions facilitated by introductions and nature management strongly reduce macroinvertebrate abundance in isolated water bodies

Het aantal uitheemse soorten in Nederland blijft groeien. Sommige van deze soorten worden dermate talrijk dat zij schadelijk zijn voor andere soorten, ecosystemen en economie. Deze worden invasieve exoten genoemd. Het bestrijden van invasieve exoten is vaak niet effectief en vormt daarmee een jaarlijks terugkerende en groeiende kostenpost. Wellicht zijn er beheermaatregelen die een duurzame oplossing bieden voor het exotenbeheer? Om antwoord te kunnen geven op deze vraag, gaan we op zoek naar de achterliggende oorzaak van invasiviteit en proberen deze te vertalen naar beheermaatregelen waarmee het mogelijk is de aantallen van uitheemse probleemsoorten onder controle te houden. Beheermaatregelen die leiden tot natuurlijke abiotische en biotische standplaatscondities – systeemgericht beheer – lijken geschikt om plagen van uitheemse soorten te voorkomen.

Systeemgericht beheer als duurzame oplossing tegen invasieve exoten.

De uitheemse watercrassula (Crassula helmsii) is in Nederland bezig met een razendsnelle opmars in vennen, vijvers, poelen, duinplassen en watergangen. Omdat de exoot vaak woekert in voedselarme natuurgebieden, zorgt het voor grijze haren bij menig beheerder. Het besproeien met kokendheet water wordt regelmatig genoemd als kansrijke methode voor de bestrijding van watercrassula en als alternatief voor ingrijpende alternatieven als afdekken met folie en afgraven. Met een veld- en kasexperiment is ervaring opgedaan met deze methode. Het onderzoek moest allereerst inzicht geven in de efficiëntie van heet water als bestrijdingsmaatregel tegen woekerende watercrassula. Verder is nagegaan of na behandeling met heet water de bodem geschikt zou zijn voor de ontwikkeling van voedselarme natuur.

Effectiviteit van kokend water bij bestrijding en beheer van watercrassula in natuurgebieden.

Gedurende de afgelopen decennia heeft de Noordamerikaanse zonnebaars zich in Nederland sterk uitgebreid. In een verscheidenheid van wateren, variërend van beken tot poelen en vennen gaat de soort domineren en richt daar door predatie op inheemse soorten grote ecologische schade aan. In deze studie is onderzocht wat geschikte methoden zijn om de soort te beheren. Bij de ontwikkeling van maatregelen is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke processen en omstandigheden die in het veld de aantallen van de soort kunnen reguleren. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen stromende en stilstaande wateren. De populatiedichtheid, groei, voortplanting en overleving van zonnebaars werd in het veld bestudeerd om inzicht te krijgen in sturende processen.

OBN-onderzoek Zonnebaars – Mogelijkheden voor bestrijding van een uitheemse invasieve vis.

Species differ in their life cycle, habitat demands and dispersal capacity. Consequently different species or species groups may respond differently to restoration measures. To evaluate effects of restoration measures in raised bog remnants on aquatic microinvertebrates, species assemblages of Rotifera and microcrustaceans were sampled in 10 rewetted and 10 non-rewetted sites, situated in 7 Dutch raised bog remnants.

Effects of rewetting measures in Dutch raised bog remnants on assemblages of aquatic Rotifera and microcrustaceans.

Verzuring, verdroging en vermesting hebben grote gevolgen voor de bewoners van het Nederlandse landschap. Vele soorten planten en dieren worden hierdoor in hun voortbestaan bedreigd, terwijl enkele andere soorten zich sterk hebben kunnen uitbreiden. Deze aantastingen leiden op een reeks van schaalniveaus tot knelpunten voor dieren. Om soorten te behoeden voor uitsterven worden in het kader van het Overlevingsplan Bos en Natuur (OBN) herstel- en beheersmaatregelen uitgevoerd. Voor succesvol herstel is kennis noodzakelijk over de relatie tussen fauna en omgeving alsmede hoe aantastingen en herstelmaatregelen op deze relatieaangrijpen. Deze kennis ontbreekt nog grotendeels. Om de periode van kennisontwikkeling te overbruggen, zijn vuistregels opgesteld. Deze vuistregels geven randvoorwaarden voor de wijze van uitvoering van maatregelen met betrekking tot schaal, intensiteit, tijdstip en frequentie. Uitvoering volgens deze vuistregels levert naar verwachting een sterk verbeterd resultaat ten opzichte van de huidige praktijk.

Schaal en intensiteit van herstelmaatregelen: hoe reageert de fauna?

Dit rapport heeft tot doel zowel de kansen als de bedreigingen van verbrakking voor het natuur- en waterbeheer in het laagveen- en zeekleilandschap in kaart te brengen. Bijvoorbeeld wat de effecten van verbrakking zijn op de kwaliteit van de voorkomende habitattypen. Met deze informatie kunnen de verschillende beleids- en beheeropties voldoende onderbouwd en afgewogen worden bij het nemen van beslissingen rond dit thema.

Verbrakking in het laagveen- en zeekleilandschap. Van bedreiging naar kans?