Ondanks zijn kleurrijke verschijning is de uitheemse Zonnebaars
(Lepomis gibbosus) een ongewenste verschijning in natuurlijke wateren.
In Nederland is de soort bezig met een opmars; wereldwijd staat de Zonnebaars in
de top tien van schadelijke invasieve vissoorten (Casal, 2006). De vraag is welke
mogelijkheden er zijn om deze soort te bestrijden? Om daar antwoord op te vinden
is onderzocht welke omstandigheden sturend werken op de aantalontwikkeling.
Dat leidt tot aanbevelingen voor het beheer van getroffen wateren.

Naar bestrijdingsmogelijkheden van de Zonnebaars

Increased atmospheric deposition of N and S cause a decline in plant biodiversity of heathlands. Concomitant declines of heathland invertebrates are mainly attributed to changes in vegetation composition, while changes in plant chemistry are largely ignored. This article aims to quantify the biochemical pathways of altered autotroph and heterotroph biochemistry. Soil acidity and sod-cutting was found to increase plant N:P ratios, which in turn negatively affected invertebrate density and species richness. These results imply that the role of plant N:P stoichiometry is underestimated in explaining declines of heathland invertebrates. Management should therefore not only focus on restoring habitat structural complexity, but also to restoring biogeochemical soil conditions.

Can changes in soil biochemistry and plant stoichiometry explain loss of animal diversity of heathlands?

P content of mineral-poor sandy soils is steadily decreasing due to leaching caused by acidification. Sod-cutting as a traditional restoration measure for heathland vegetation increases P limitation, as most P is fixed in the top soil. To test experimentally whether soil fauna is indeed limited by P, we set up an experiment in sod-cut heathland in which we added P and/or Ca in a factorial experiment. After 3 growing seasons, we found a significant increase in herbivores and predators, with herbivore numbers higher in the P+/Ca-plots than in the P+/Ca + plots, indicating a lower availability of P in the presence of added Ca. P addition induced also an allometric effect, with medium-sized species increasing in greater numbers than both larger and smaller species.

Continuous and cumulative acidification and N deposition induce P limitation of the micro-arthropod soil fauna of mineral-poor dry heathlands

Soorten zijn niet willekeurig verdeeld over het landschap.Centraal in de ecologie staat de zoektocht naar de oorzakelijke mechanismen die de aan- of afwezigheid van soorten kunnen verklaren, en daarmee ook patronen en veranderingen daarin. Hiervoor is niet alleen informatie nodig over veranderingen in) de omgevingscondities in het landschap, maar ook over de biologische eigenschappen van de soorten zelf.

Overlevingsstrategieën koppelen soorten aan hun landschap

Zonnebaars (Lepomis gibbosus) is een van de meest invasieve vissoorten en er is aangetoond dat het een negatief effect heeft op de inheemse soorten.
Niet alle introducties resulteren echter in populaties met een hoge dichtheid. Vitale snelheden (dat wil zeggen groei, rijping en reproductie) van pompoenzaad in 19 geïsoleerde staande wateren met verschillende dichtheid van pompoenzaadjes worden bestudeerd.

Identifying drivers of pumpkinseed invasiveness using population models

In de twintigste eeuw zijn populaties van veel vogelsoorten sterk in aantallen gedaald. Een van die soorten is de grauwe klauwier. In een van de laatste bolwerken van deze soort, het Bargerveen, bloeide de broedpopulatie in de jaren 90 als gevolg van vernatting. De verdere ontwikkeling van het gebied heeft echter geleid tot een afname van de populatie. In dit artikel worden de vitale cijfers van de populatie van de grauwe klauwier geanaliseerd.

Survival, reproduction, and immigration explain the dynamics of a local Red-backed Shrike population in the Netherlands

Door grootschalige normalisering van de Nederlandse rivieren en verslechtering van de waterkwaliteit bereikte de visfauna een dieptepunt halverwege
de vorige eeuw. Vanaf de jaren ’80 is de waterkwaliteit echter sterk verbeterd en vanaf de jaren ’90 zijn op diverse plekken in uiterwaarden nieuwe wateren aangelegd. Welke rol hebben deze nieuwe habitats voor vissoorten en hebben ze een meerwaarde ten opzichte van bestaande rivieroevers?

Het belang van nieuwe uiterwaardwateren als kraamkamer voor riviervissen