Species differ in their life cycle, habitat demands and dispersal capacity. Consequently different species or species groups may respond differently to restoration measures. To evaluate effects of restoration measures in raised bog remnants on aquatic microinvertebrates, species assemblages of Rotifera and microcrustaceans were sampled in 10 rewetted and 10 non-rewetted sites, situated in 7 Dutch raised bog remnants.

Effects of rewetting measures in Dutch raised bog remnants on assemblages of aquatic Rotifera and microcrustaceans.

Brent goose colonies around snowy owl nests have been studied near Medusa Bay (73 ° 21 ‘ N, 80 ° 32 ‘ E) and in the lower reaches of the Uboinaya River (73 ° 37 ‘ N, 82 ° 10 ‘ E), the northwestern Taimyr Peninsula, from 1999 to 2006. All brent nests within 680 m from an owl nest have been regarded as an individual colony. The results show that the area of the colony is always larger than the protected area around the owl nest. In years of low abundance of lemmings, brent geese nest generally closer to the owl nest than in years of high abundance. When arctic foxes are abundant, however, brent geese nest significantly closer to owls than when the foxes are scarce, irrespective of lemming abundance. The mechanism of brent colony formation around owl nests is based on a number of stimuli.

Brent goose colonies near snowy owls: Internest distances in relation to abundance of lemmings and arctic foxes.

To evaluate the potential invasiveness of pumpkinseed Lepomis gibbosus introduced to northwestern European inland waters, growth and reproduction traits were examined in ten populations along a trajectory spanning northwestern Europe (Norway, England, Holland, Belgium and France) and evaluated in light of published dataset from Europe.

Life-history traits and potential invasiveness of introduced pumpkinseed Lepomis gibbosus populations in northwestern Europe.

Pristine freshwater fens harbour many species of aquatic macroinvertebrates. Effects of eutrophication and desiccation have strong negative impacts on macroinvertebrate assemblages. To restore degraded fens, the removal of accumulated organic sludge by dredging seems a necessary step. However, degraded fens may harbour relic populations of rare and characteristic species as was found for raised bogs and shallow soft water lakes. This study investigates the effectivity of dredging by comparing dredged and undredged water bodies in two areas (SW & MP). To help interpret the observed differences, a third least impacted area is sampled in addition (WD).

Restoring fen water bodies by removing accumulated organic sludge: what are the effects for aquatic macroinvertebrates?

Veel inheemse bijensoorten nestelen bij voorkeur in kale grond op hellingen en in steile wanden. Een aantal soorten is zelfs geheel tot zulke locaties beperkt. In het Heuvelland kwamen onbegroeide steilwandjes van oudsher veelvuldig voor langs holle wegen, graften en in schrale graslanden. Door de sterk toegenomen vermesting (waardoor ze dichtgroeien) en de intensivering van het landgebruik zijn echter steeds minder kale steilwandjes over. Dat deze een essentieel onderdeel vormen van het leefgebied van bijen wordt bevestigd door een aantal bijzondere waarnemingen op enkele steilwandjes nabij de Bemelerberg. De ligging ervan te midden van schrale, bloemrijke graslanden maakt deze landschapselementen een ideale broedplaats, onder meer voor de zeldzame Vierbandgroefbij (Halictus quadricinctus).

Steilwandjes bij Bemelen, een voor bijen onmisbaar onderdeel van het hellingschraallandcomplex.

Op 19 juli 2006 ving de tweede auteur, in het kader van faunaonderzoek aan kalkgraslanden door Stichting Bargerveen, in een berm langs het kalkgrasland Halsberg bij Harzheim in de Eifel (Duitsland) een vrouwtje van de wesp Leucospis dorsigera. Als je dit klein, maar opvallend geel-zwarte wespje een keer gezien hebt, raak je haar slecht uit je geheugen kwijt. Naast een prachtige verschijning heeft ze ook nog een interessante biologie. Genoeg redenen om even kennis te maken met Leucospis dorsigera.

De wesp Leucospis dorsigera (Hymenoptera: Chalcidoidea: Leucospidae) nadert onze grens

Conservation management is expected to increase local biodiversity, but uniform management may lead to biotic homogenization and diversity losses at the regional scale. We evaluated the effects of renewed grazing and cutting management carried out across a whole region, on the diversity of plants and seven arthropod groups. Changes in occurrence over 17 years of intensive calcareous grassland management were analysed at the species level, which gave insight into the exact species contributing to regional homogenization or differentiation.

17 years of grassland management leads to parallel local and regional biodiversity shifts among a wide range of taxonomic groups.

Tussen 1999 en 2008 zijn duizenden larven en poppen van pluimmuggen verzameld in Nederlandse hoogvenen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de kennis over deze onbekende muggengroep. Voor veel van de zeven Nederlandse soorten wordt voor het eerst gefundeerde informatie gegeven over fenologie, habitat, verspreiding en biologie. Voor soorten van het geslacht Mochlonyx wordt de verspreiding in Nederland gedetailleerd in kaart gebracht. Mochlonyx fuliginosus en M. velutinus zijn duidelijk minder zeldzaam dan tot nu bekend was. Mochlonyx triangularis is de zeldzaamste soort van de drie, met de meeste waarnemingen in het oosten van Overijssel.

Fenologie, habitat en verspreiding van pluimmuggen in Nederlandse hoogvenen (diptera: chaoboridae).

The life-history and behaviour of the chironomid Metriocnemus (Inermipupa) carmencitabertarum was studied for three years and a comparison was made between two populations in the Netherlands. Key life-history characteristics are reported, including the number of generations (2-5 generations) and duration of larval development (19-55 days).

Life cycle of natural populations of Metriocnemus (Inermipupa) carmencitabertarum Langton & Cobo 1997 (Diptera: Chironomidae) in The Netherlands: indications for a southern origin?