Voor Natura2000 gebied De Veluwe is in opdracht van provincie Gelderland een soortenherstelprogramma gemaakt voor zeven vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen momenteel niet of slechts net worden gehaald; Nachtzwaluw, Wespendief, Zwarte Specht, Draaihals, Boomleeuwerik, Tapuit en Duinpieper. Het behoud en/of herstel van vogelpopulaties op de Veluwe berust op drie pijlers (sporen): 1) herstel van de bodemkwaliteit, 2) beheermaatregelen, 3) terugdringen van verstoring.

Natuurbeheer- en zonerings-maatregelen voor zeven aangewezen vogelsoorten in Natura 2000-gebied Veluwe

Tijdelijke natte overstromingsvlakten kwamen van oorsprong op grote schaal voorin het Nederlandse rivierengebied. Op basis van de inzichten uit het literatuur- en veldonderzoek kan worden geconcludeerd dat de natte overstromingsvlakten een belangrijke ‘missing link’ zijn in het Nederlandse rivierecosysteem. In deze studie is een kansenanalyse gemaakt waar in Nederland herstel of ontwikkeling van tijdelijke overstromingsvlakten realistisch is op basis van systeem- en riviertrajectkenmerken. Bovendien is beschreven welke beheer- en inrichtingsmaatregelen hiervoor dan nodig zijn.

Natte overstromingsvlakten in het rivierengebied: ecologisch functioneren en ontwikkelkansen

De Eikelmuis komt in Nederland enkel in Zuid-Limburg voor en staat op de Nederlandse Rode Lijst als ‘ernstig bedreigd’. In dit project is onderzocht of er voldoended aanbod is van ongewervelde prooidieren in de voortplantingsperiode en zijn praktische maatregelen geformuleerd voor herstel van het leefgebied van de Eikelmuis in de Limburgse hellingbossen.

De relatie tussen prooiaanbod, bodem en bosbeheer op de verspreiding van de Eikelmuis (Eliomys quercinus) in Nederland

Effectieve bestrijding van uitheemse aquatische gewervelden is moeilijk. Dat komt doordat de dieren vaak moeilijk te vinden zijn, waardoor het lastig is om alle dieren te verwijderen. Uitheemse plaagsoorten zijn vaak in staat tot het produceren van veel nakomelingen. Onvolledige bestrijding zorgt daardoor vaak voor slechts een tijdelijke verlaging van de aantallen van de soort. In dit rapport staat een overzicht van de meest gangbare fysieke en chemische bestrijdingsmethoden die in Nederland en het buitenland worden gebruikt bij de bestrijding van exotische aquatische gewervelden. Daarbij worden twee vormen van bestrijding onderscheiden: beheersing en eliminatie.

Methoden voor bestrijding van ongewenste uitheemse aquatische gewervelden.

Gedurende de afgelopen decennia heeft de Noordamerikaanse zonnebaars zich in Nederland sterk uitgebreid. In een verscheidenheid van wateren, variërend van beken tot poelen en vennen gaat de soort domineren en richt daar door predatie op inheemse soorten grote ecologische schade aan. In deze studie is onderzocht wat geschikte methoden zijn om de soort te beheren. Bij de ontwikkeling van maatregelen is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van natuurlijke processen en omstandigheden die in het veld de aantallen van de soort kunnen reguleren. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen stromende en stilstaande wateren. De populatiedichtheid, groei, voortplanting en overleving van zonnebaars werd in het veld bestudeerd om inzicht te krijgen in sturende processen.

OBN-onderzoek Zonnebaars – Mogelijkheden voor bestrijding van een uitheemse invasieve vis.

Verzuring, verdroging en vermesting hebben grote gevolgen voor de bewoners van het Nederlandse landschap. Vele soorten planten en dieren worden hierdoor in hun voortbestaan bedreigd, terwijl enkele andere soorten zich sterk hebben kunnen uitbreiden. Deze aantastingen leiden op een reeks van schaalniveaus tot knelpunten voor dieren. Om soorten te behoeden voor uitsterven worden in het kader van het Overlevingsplan Bos en Natuur (OBN) herstel- en beheersmaatregelen uitgevoerd. Voor succesvol herstel is kennis noodzakelijk over de relatie tussen fauna en omgeving alsmede hoe aantastingen en herstelmaatregelen op deze relatieaangrijpen. Deze kennis ontbreekt nog grotendeels. Om de periode van kennisontwikkeling te overbruggen, zijn vuistregels opgesteld. Deze vuistregels geven randvoorwaarden voor de wijze van uitvoering van maatregelen met betrekking tot schaal, intensiteit, tijdstip en frequentie. Uitvoering volgens deze vuistregels levert naar verwachting een sterk verbeterd resultaat ten opzichte van de huidige praktijk.

Schaal en intensiteit van herstelmaatregelen: hoe reageert de fauna?

Dit rapport heeft tot doel zowel de kansen als de bedreigingen van verbrakking voor het natuur- en waterbeheer in het laagveen- en zeekleilandschap in kaart te brengen. Bijvoorbeeld wat de effecten van verbrakking zijn op de kwaliteit van de voorkomende habitattypen. Met deze informatie kunnen de verschillende beleids- en beheeropties voldoende onderbouwd en afgewogen worden bij het nemen van beslissingen rond dit thema.

Verbrakking in het laagveen- en zeekleilandschap. Van bedreiging naar kans?

Het onderliggend rapport laat zien dat effectgerichte maatregelen in vennen en duinplassen in de afgelopen 20 jaar succesvol zijn geweest. Een groot deel van de karakteristieke soorten is teruggekeerd en die blijken bovendien (voorlopig) aanwezig te blijven. Tegelijk blijkt uit dit rapport dat volledig venherstel nog een weg heeft te gaan. De depositie van stikstof is te hoog waardoor nog steeds vermesting optreedt. Ook verdroging speelt veel vennen nog parten. Om de erfenissen uit het verleden èn toekomstige erfenissen (door voortgaande vermesting) op te ruimen, blijft het voorlopig nodig om uitgekiende herstelmaatregelen te nemen. Ter wille van de ‘parels’ in het zandlandschap.

Effectiviteit van herstelbeheer in vennen en duinplassen op de middellange termijn

In het Leenderbos zijn de afgelopen jaren veel maatregelen genomen om de sterke ontwatering van het gebied te beperken. Een concentratie van maatregelen is genomen in het Laagveld, een deel van het gebied dat ligt tussen de hoge gronden aan de oostkant van het Leenderbos en het dal van de Tongelreep aan de westkant. De belangrijkste maatregelen zijn het dempen of stuwen van sloten, het kappen van bos en het herstel van slenkachtige laagten waar weer afstroom van water over maaiveld kan plaatsvinden.Staatsbosbeheer ziet in het gebied ook nog knelpunten en kansen welke hier worden besproken.

Onderzoek hydrologie en biotische nulmeting Laagveld. Eindrapportage.