Stikstof depositie beïnvloed de kwaliteit van veel Natura 2000 gebieden. Voor de
verschillende habitattypen is een kritische depositiewaarde (KDW) berekend, die in
veel gevallen onder de huidige stikstofbelasting ligt. Welke gevolgen deze verhoogde
depositie heeft voor duurzame instandhouding of verbetering van de kwaliteit van
Natura 2000 gebieden , is één van de belangrijkste vragen die nu speelt bij het
opstellen van de beheerplannen en de vergunning verlening die daaraan gekoppeld
is. Onderwerp van deze studie is de analyse van de rol van stikstof in relatie tot
andere stressfactoren op de ontwikkeling van Natura 2000 gebieden op de korte en
middellange termijn.

Herstelstrategieën voor Nederlandse ecosystemen op basis van landschapsprocessen: Een verkenning

De uitvoering van vernattingsmaatregelen in de Deurnsche Peel en Mariapeel in het kader van een LIFE+-project zorgen voor 20 tot 40% reductie van de uitstoot van broeikasgassen, vergelijkbaar met de uitstoot van circa 1.000 huishoudens. Deze inschatting is gemaakt met behulp van de GEST-benadering op basis van bestaande vegetatiekarteringen en het herstelplan.

Effecten van herstelmaatregelen op vastlegging en emissie van broeikasgassen in de Deurnsche Peel en Mariapeel

De effecten van de gecombineerde maatregel branden en drukbegrazing op bodemchemie, plantchemie, vegetatieontwikkeling en faunagemeenschap zijn in deze rapportage onderzocht. Hoofdconclusie van het onderzoek was dat deze maatregelcombinatie, via versnelde nitrificatie leidt tot een sterke afname van beschikbaar N in de bodem. Dit maakt een omslag van Pijpenstrootje gedomineerde vegetatie naar Struikhei gedomineerde vegetatie mogelijk. Droogte en warmteminnende fauna profiteerde van de maatregel door het openbreken van pijpenstrootje dominantie. Dit maakt de maatregelcombinatie een geschikte PAS maatregel.

Optimaliseren van herstelmaatregelen voor habitattypen van droge heide – De stikstofverwijderingspotentie van de gecombineerde maatregel branden en drukbegrazen.

De effecten van beheerexperimenten die als doel hebben om als alternatief te dienen voor eenvormig plagbeheer in natte heide zijn in dit onderzoek beschreven. Methoden die zijn onderzocht zijn chopperen, drukbegrazing, plaggen en niets doen, met of zonder bekalking. Effecten op bodemchemie, plantchemie, vegetatieontwikkeling en fauna respons zijn voor elke maatregelcombinatie beschreven, en onderling met elkaar vergeleken. Aanbevolen is om de verschillende maatregelen op verschillende schaalniveaus samen te gebruiken in de beheerplanning om zo optimaal gebruik te kunnen maken van de voordelen die een maatregel biedt, met inachtneming van de nadelen die aan de maatregel kleven.

Alternatieven voor plaggen van natte heide – Effecten op middellange termijn.

Eén van de oorzaken van biodiversiteitsverlies in nederlandse heidelandschappen is de verzurende én vermestende werking van atmosferische stikstofdepositie. In dit rapport zijn de effecten van toediening van (minimaal) twee steenmeelsoorten en Dolokal in twee droge heiden (NP de Hoge Veluwe & Strabrechtse Heide) en één natte heide (NP de Hoge Veluwe) beschreven die als doel hebben verzuring tegen te gaan. De effecten op de bodemchemie, vegetatie en fauna zijn in deze rapportage gekwantificeerd. Op de korte termijn is het effect samen te vatten als gunstig. Bij gebruik van Dolokal ligt het risico op negatieve effecten voor de fauna op de loer, waarschijnlijk voeroorzaakt door versterking van P-limitatie onder hoge concentraties bodem Ca.

Herstel van heide door middel van slow release mineralengift. Resultaten van 3 jaar steenmeelonderzoek

Dit After-LIFE Conservation Plan (ALCP) beschrijft de uitgevoerde acties in het LIFE-project ‘Sand
dynamics in inland dunes – Revival of dynamics by activation of sanddrift in inland Dunes’
(LIFE07NAT/ NL/000571) en de planning om de resultaten van deze acties te continueren in de jaren
na afronding van het LIFE-project. Het plan beschrijft hoe in het gebied de Natura2000 habitats en
soorten op de langere termijn gegarandeerd kunnen worden en welke bijdrage het gebied daarmee
levert aan het Natura2000 netwerk.

After-LIFE Conservation Plan Loonse en Drunense Duinen

Het verkrijgen van een goed overzicht van alle vennen op de Veluwe dat kan worden gebruikt als toetsingskader voor prioriteitstelling bij het herstel en de ontwikkeling van natura2000- habitattypen zure en zwakgebufferde vennen, actief hoogveen en kalkmoeras. Waar ligt de prioriteit, waar liggen kansen en welke vennen moeten als verloren worden beschouwd?

Venherstelprogramma Veluwse Vennen