Geschiedenis van Stichting Bargerveen

Stichting Bargerveen is in 1991 door Hans Esselink opgericht met het onderzoek aan de Grauwe Klauwier in het hoogveengebied het Bargerveen in Drenthe; vandaar onze naam en de gestileerde vogel in ons logo. Het doel was om veranderingen in de populatie van de Grauwe Klauwier in dit complexe landschap te begrijpen, en met die kennis het natuurbeheer te optimaliseren. Dit doel is in al die jaren niet wezenlijk veranderd, maar ons werkterrein is wel sterk verbreed. Binnen tientallen projecten per jaar werken wij aan een groot aantal diergroepen van de kalkgraslanden in Zuid-Limburg tot de kustduinen van Noord-Holland en van de schorren in Zeeland tot in de heideterreinen van Drenthe en Noord-Brabant.

Lees meer over onze projecten

De Grauwe Klauwier als rode draad

Het onderzoek in het Bargerveen vond plaats naar aanleiding van de sterke groei van de populatie Grauwe Klauwieren. Vanaf het moment dat in dit hoogveenrestant herstelmaatregelen werden uitgevoerd nam de Grauwe Klauwier sterk toe, terwijl deze soort in andere delen van Noordwest Europa nog steeds sterk achteruit ging. Uit nestobservaties en monitoring in het veld bleek dat een groot aanbod van prooidieren – zowel wat diversiteit als dichtheden betreft –essentieel is voor klauwieren om voldoende jongen groot te brengen en de trek op-en-neer naar de Afrikaanse overwinteringsgebieden te voltooien. Deze prooien moeten bovendien vrij groot zijn, want Grauwe Klauwieren kunnen maar één prooi tegelijk naar het nest brengen.

De beheer- en inrichtingsmaatregelen bleken zowel de aanwezigheid als de zichtbaarheid en bereikbaarheid van prooidieren sterk te sturen. Het besef groeide dat het type beheer (maaien, begrazen, plaggen, etc.) maar vooral ook de schaal, frequentie en intensiteit waarmee dit beheer wordt uitgevoerd een grote invloed heeft op de levenscyclus van al die verschillende diersoorten. Uitbreiding van het onderzoek naar andere hoogveengebieden, de duinen van Ameland en Terschelling en het agrarische landschap van de Achterhoek leerde dat deze onderzoekaanpak in alle natuurterreinen kan worden toegepast, ook waar (nog) geen Grauwe Klauwieren broeden.

Verbreding en verdieping

Het ontwikkelen van kennis over de relaties tussen diersoorten en hun leefomgeving maakt het mogelijk om de invloed van beheer- en inrichtingsmaatregelen steeds beter in te schatten en kan het beheer geoptimaliseerd worden. Het werkterrein van Stichting Bargerveen is de afgelopen decennia dan ook verbreed naar andere Nederlandse landschappen en naar een groot scala aan beheer- en inrichtingsmaatregelen. Zo wordt in de duinen bekeken wat het effect van begrazing en verstuiving is op karakteristieke diersoorten en wordt onderzocht waarom de Tapuit zo sterk afneemt. In vennen wordt kennis ontwikkeld over hoe om te gaan met invasieve soorten als Zonnebaars en Watercrassula en in heidegebieden wordt naar mogelijkheden gezocht om de bodemkwaliteit zo te verbeteren dat niet alleen de planten, maar ook karakteristieke diersoorten kunnen profiteren. Op deze manier is Stichting Bargerveen uitgegroeid naar een organisatie die via systeemgericht onderzoek het beheer, herstel en de ontwikkeling van natuur kan optimaliseren.