Thema’s

Paludicultuur

Nieuwe beheerproblemen vragen om nieuwe oplossingen. Om natte natuurterreinen zoals hoogvenen te beschermen tegen wateronttrekking en de invloed van stikstof worden steeds vaker bufferzones aangelegd tussen het natuurterrein en het omliggende agrarische landschap. Stichting Bargerveen onderzoekt samen met verschillende universiteiten en onderzoeksinstellingen of deze randzones kunnen dienen als waterbuffer of om ‘natte’ gewassen te telen als riet, lisdodde en wilg. Deze ‘paludicultuur’ is ontwikkeld in Duitsland en levert mogelijkheden op voor terreinbeheerders, agrariërs en waterbeheerders. Paludicultuur behoeft bodems met een hoge grondwaterstand, waardoor verbetering van de hydrologische omstandigheden op landschapsschaal mogelijk worden en de harde grens tussen natte natuur en droge landbouwgebieden kan worden verzacht. Riet, Lisdodde, wilg en zelfs veenmossen kunnen in deze zones commercieel worden geteeld, en kunnen zelf wellicht ook bijdragen aan een hogere biodiversiteit. Rondom het Bargerveen lopen op dit moment initiatieven voor pilotprojecten.

Stikstof & PAS

Vermesting en verzuring door sterk verhoogde depositie van stikstof is één van de grootste bedreigingen voor het voortbestaan van veel planten- en diersoorten in natuurgebieden. In veel gebieden is de toevoer van stikstof uit landbouw, verkeer en industrie hoger dan de kritische depositiewaarde. Dit betekent dat het systeem zodanig door stikstof wordt beïnvloed dat er een verandering in soortsamenstelling optreedt, wat meestal leidt tot verlies van biodiversiteit. De overheid heeft het Programma Aanpak Stikstof (PAS) in het leven geroepen om de effecten van stikstofdepositie tegen te gaan zolang deze te hoog is.

Stichting Bargerveen heeft veel kennis en ervaring met het ontrafelen en oplossen van ecologische problemen door stikstofdepositie. Zowel de effecten van verzuring en vermesting op bodem, vegetatie en fauna worden onderzocht, als de effecten van beheermaatregelen die worden ingezet om stikstof te mitigeren: begrazing, maaien, plaggen en bekalken, etc.

Invasieve soorten

Veel uitheemse invasieve soorten, zoals Watercrassula en Zonnebaars, hebben zich zo stevig in Nederland gevestigd dat uitroeien geen optie meer is. Vestiging en uitbreiding van deze (en toekomstige) invasieve exoten kan worden voorkomen als het mogelijk is onze natuur weerbaarder te maken. Ook hier lijjkt een systeemgerichte aanpak het meeste succes op te leveren. Zo is in het Mastbos bij Breda een meerjarig experiment met het uitzetten van inheemse Snoeken om de uitheemse Zonnebaars te onderdrukken. De eerste resultaten hiervan zijn zeer bemoedigend.

Momenteel onderzoekt Stichting Bargerveen onder welke omstandigheden inheemse soorten als Oeverkruid, Moerashertshooi, Knolrus en Vlottende bies concurrentie om voedingsstoffen met Watercrassula kunnen winnen. Uit experimenten blijkt dat het introduceren van inheemse soorten een goede maatregel kan zijn, alsook het verminderen van de beschikbaarheid van CO2 onder water of de hoeveelheid beschikbaar stikstof (N) op de oevers. Om deze maatregelen in de praktijk te testen zijn we nog op zoek naar gebieden waar Watercrassula moet worden bestreden.

Bij het in kaart brengen van de risico’s van invasieve exoten en onderzoek naar mogelijkheden om soorten aan te pakken werken wij met partners binnen het Nederlands Expertise Centrum – Exoten (NEC-E).

CO2 opslag in venen

Natuurherstel in venen draagt bij aan oplossingen voor het klimaatprobleem. In veenmoerassen verteert dood plantmateriaal slecht en stapelt het zich op tot een veenpakket, waarin veel CO2 is vastgelegd. Ontginning en ontwatering van veen laat deze CO2 weer ontsnappen, maar vernatting van veenrestanten stopt dit proces. Bij herstel van veengroei wordt er zelfs weer CO2 vastgelegd. Stichting Bargerveen heeft de effecten van herstelmaatregelen in het kader van een LIFE programma in de Deurnsche Peel en Mariapeel doorgerekend. Deze maatregelen zijn goed voor een jaarlijkse reductie van vijf- tot tienduizend ton CO2. Deze winst is vergelijkbaar met de uitstoot van 1.000 huishoudens en zal sterk toenemen wanneer zich weer levend hoogveen gaat ontwikkelen en CO2 uit de lucht wordt vastgelegd.

LESA

In een Landschapsecologische Systeemanalyse (LESA) wordt informatie over hydrologie, reliëf, bodem, waterchemie, vegetatie en fauna van een natuurterrein in een logisch verband met elkaar geanalyseerd.  Een LESA is dan ook bedoeld om een goed begrip te krijgen van het functioneren van een natuurgebied op basis van beperkte informatie. Met de uitkomsten van een LESA kunnen de consequenties van verschillende beheerkeuzen inzichtelijk worden gemaakt en kan worden vastgesteld voor welk onderdeel van het ecosysteem nog te weinig informatie beschikbaar is voor een goed begrip van het terrein. Stichting Bargerveen voert LESA’s uit, veelal in nauwe samenwerking met ecologen van de Unie van Bosgroepen.