Als gevolg van de verhoogde beschikbaarheid van nutriënten door atmosferische depositie verruigen de duinen in snel tempo. Met name hoge grassen gaan de vegetatie domineren, met een afname van duinkarakteristieke flora en fauna als gevolg. Inmiddels zijn een aantal beheersmaatregelen tegen vergrassing, zoals maaien, begrazen, plaggen en stimuleren van verstuiven goed onderzocht. Deze maatregelen leiden in het algemeen tot een gedeeltelijk herstel van de vegetatie. Effecten op de fauna zijn vaak slecht bekend, maar lijken in de regel minder gunstig dan voor de vegetatie het geval is. Een mogelijke alternatieve beheersmaatregel tegen vergrassing is branden. Branden leidt tot de verwijdering van de bovengrondse biomassa, een intensieve brand kan ook een groot deel van de strooisel- en humuslaag verwijderen. Het voordeel van branden boven eerdergenoemde maatregelen is dat het kosten-efficiënt is en makkelijk in geaccidenteerd terrein uitgevoerd kan worden. In dit rapport is de efffectiviteit van een aantal experimentele en spontane branden in termen van biomassaverwijdering en hergroei van vegetatie op de korte termijn beschreven. Daarnaast is ook ruim aandacht besteed aan de korte-termijnseffecten van brand op de duinkarakteristieke fauna.

Effecten van brand op vegetatie en fauna in de Nederlandse duinen – Een evaluatie van directe en kortetermijneffecten van experimentele branden op Ameland en Terschelling, het Noord-Hollands duinreservaat en de Amsterdamse Waterleidingduinen